13 May 2014 · Klooster Bethlehem Cisterciënzers Jan Vermeer Piet Meertens

Het klooster van Bethlehem-bij-de-Duinen-in-Schouwen

Onder het pseudoniem Jan Vermeer verscheen van het hand van Piet Meertens (1) in Ons Zeeland (1929) een mooie bijdrage over klooster Bethlehem (2).

J. Vermeer, ‘Het klooster van Bethlehem-bij-de-Duinen-in-Schouwen’, Ons Zeeland 45 (1929) (3).

HET KLOOSTER VAN BETHLEHEM-BIJ-DE-DUINEN-IN-SCHOUWEN

door

JAN VERMEER.

Een weinig Noordoostwaarts van het dorp Elkerzee op Schouwen ligt een boerenhoeve, die zich door niets onderscheidt van de andere boerenhuizingen van het eiland, tenzij door haar naam. En deze naam alleen herinnert er ons aan, dat hier eenmaal, in de middeleeuwen, het klooster van Bethlehem-bij-de-duinen-in-Schouwen lag.

Onder de bezittingen van de in de middeleeuwen aanzienlijke abdij van Ter Doest, te Lisseweghe onder Brugge, behoorden enkele landerijen in de heerlijkheid Elkerzee, wat zoo hier als elders in Zeeland, waar de abdij landerijen bezat, aanleiding gaf tot het oprichten van een klooster, dat aan het moederklooster onderworpen was. Reeds in 1156 moet hier een monnikenklooster gestaan hebben, dat de abdij van Echternach in Luxemburg toekwam. Hoe dit klooster met de kloostergoederen aan de abdij van Ter Doest is gekomen, en wanneer deze overdracht plaats gevonden heeft, is onbekend.

Waarschijnlijk dagteekent het klooster Bethlehem, doorgaans Bellem genoemd, uit het einde der twaalfde of het begin der dertiende eeuw. De gebouwen schijnen reeds in 1204 te hebben bestaan. Bethlehem-bij-de-duinen-in Schouwen, zooals het in officieele stukken wordt genoemd, was een nonnenklooster van de Cistercienserorde. Van waar de eerste nonnen kwamen, weten wij niet. Het was destijds niet ongewoon, dat de bevolking van een klooster, vooral van een nonnenklooster, wanneer zij zich misdragen had, naar elders werd verplaatst, en het afgelegen Schouwen was voor een verbanningsoord zeer zeker een geschikte plaats, maar er is geen enkele aanwijzing, dat de eerste bewoonsters van het klooster op een dergelijke wijze hierheen kwamen.

Voor en na hebben de vorsten, die over Zeeland regeerden, Bethlehem gesteund en begiftigd. In 1231 schonk graaf Floris IV aan het klooster, dat in Bridorperambacht een uitgestrekte hoeve van 200 gemeten bezat, voor dien eigendom vrijstelling van alle bede, en ontsloeg haar voor de helft van deze bezitting voor altijd van allen last van heirvaart (d. i. het leveren van manschappen, indien de landsheeren ten strijde trokken). Toen Willem II, Roomsch koning, in Maart 1248 te Zierikzee vertoefde, bevestigde hij deze gift van zijn vader, en verleende bovendien aan de gansche hoeve vrijdom van heirvaart, bede en alle geschot en belasting. Op 10 December 1261 beval zijn zuster Aleida, voegdes over den jeugdigen zoon van den overleden vorst, dat de eigenaars van landerijen in die buurt aan het klooster schot zouden betalen, terwijl ze het vroeger verleende privilegie bevestigde. Hetzelfde deed de jonge graaf Floris V, toen hij, zelf aan het bewind gekomen, in 1270 te Haamstede verbleef. Het is de vraag, in hoeverre de vrijgevigheid der graven het gevolg was van de overweging, dat een vriendschappelijke verstandhouding met de machtige abdij Ter Doest hun in hun voortdurende verwikkelingen met Vlaanderen licht van nut kon zijn.

In weerwil van deze gunstbewijzen geraakte het klooster toch al spoedig in verval. In 1288.

Op Sinte Aechten dach, hoort dese nieu maer,

Was Zeelandt deur 't waeter verdreven by naer,

en vooral de Noordzijde van Schouwen werd zwaar door het water geteisterd. In 1301 trok graaf Jan II naar Schouwen, om Heer Jan van Renesse te beoorlogen, die 's graven onderzaten groot overlast aandeed met branden en blaken. Heer Jan werd uit Zeeland verjaagd, en zijn huis Moermont met den grond gelijk gemaakt, maar het platteland van Schouwen had inmiddels veel te lijden gehad van de krijgsbenden, die het bezochten. Uit een charter van Willem III van 20 April 1327 vernemen we, dat het klooster Bethlehem langen tijd zware kosten en schade had gehad en zeer was achteruitgegaan, waarom de graaf bepaalde, dat er voortaan niet meer dan dertig personen in opgenomen zouden mogen worden, aan nonnen, schoolkinderen en leekebroeders. Alvorens er nieuwelingen mochten worden aangenomen, moest het aantal kloosterbewoners eerst tot beneden de dertig zijn uitgestorven. De abt van Ter Doest werd verzocht, deze beslissing te willen bekrachtigen, en voor haar handhaving zorg te dragen. We zien hieruit, dat het klooster Bethlehem, als zoovele andere, tevens een opvoedingsgesticht was, bovendien werd het in dezen tijd niet meer uitsluitend door nonnen bewoond, maar strekte het ook leekebroeders tot verblijfplaats.

Wellicht tengevolge van deze maatregelen van Willem III wist het klooster zich gedurende de veertiende eeuw nog te handhaven. 9 Maart 1389/90 bevestigde hertog Albrecht al de voorrechten en handvesten, die, tevoren aan het klooster waren verleend, en voegde daar eenige nieuwe vergunningen bij voor de abdis en het convent, "omdat si voir onse ouders, ende voir ons bidden sullen",

In de vijftiende eeuw werd Schouwen door vele rampen getroffen, die zich ook in het klooster Bethlehem deden gevoelen. Op St. Pontiaansavond, in Januari 1426, werd bij Brouwershaven een hevige strijd gevoerd tusschen de Zeeuwsche troepen van Jacoba van Beieren, versterkt met de Engelsche benden van Glocester, en de troepen van Philips van Bourgondië, "Die Engelschen op 't Landt ghetreden sijnde, worde alle het gheschut los ghelaten, dattet soo dichte vlooch, als haddent hagelsteenen gheweest, ende 't was eenen bitteren strijdt, datter wel drie duysent Enghelschen verslaghen waren, ende veel ghevangen." (Reygersberg), Philips van Bourgondië won den slag, waarin vele Zeeuwsche edelen en manschappen sneuvelden. De strenge winters van 1460 en 1465, de pestziekte van 1468 en de droge zomers van 1471 en 1473 teisterden ook Bethlehem, dat bovendien in 1495 een mededingster had gekregen in het nonnenklooster Leliëndaal, tusschen Burgh en Haamstede door de orde der Predikheeren gesticht, dat dus al de bekoring van het nieuwe bezat. Toch wist Bethlehem zich nog een eeuw lang te handhaven. Uit de jaarrekeningen van 1565, die bewaard werden, blijkt dat het convent destijds, behalve de abdis, twaalf religieuzen telde, waaronder vier leekezusters; ook bezat het toen nog een pachthoeve met een welvoorzienen veestapel.

Máar het einde stond voor de deur. In 1572 staken de Watergeuzen van Goeree naar Brouwershaven over. Toen de abdis de vijf honderd gulden brandschatting, die van haar geëischt werd, niet kon of wilde betalen, werd het klooster "verbrant ende verdestrueert". Van al haar bezittingen beroofd namen de zusters de wijk naar Zierikzee. De bisschop van Brugge: dien zij vervolgens om zijn tusschenkomst verzochten, wees haar het klooster der Augustineressen te Damme, dat toe nog maar door twee zusters bewoond werd, tot woonplaats aan. Op 4 Maart 1573 werd de wederzijdsche bijeenkomst geteekend, waarbij Mevrouw van Bethlehem het klooster van St. Agnes te Damme met al de eigendommen en met al de lasten, er aan verbonden, overnam. Reeds de volgende maand namen de nonnen van Bethlehem, thans nog slechs ten getale van negen, haar intrek in haar nieuwe woning.

De bezittingen van het ontredderde en verlaten klooster in Schouwen werden door de Staten geconfiskeerd; vandaar waarschijnlijk, dat tot in het jaar 1798 het kantoor der geestelijke goederen in Zeeland voor het onderhoud der kerk te Elkerzee zorgde, die in 1742 zelfs, bijna geheel uit deze middelen, vernieuwd werd. In het midden der achttiende eeuw was er nog een groot stuk van een ouden muur en een vijver te zien, beide zijn echter sinds lang verdwenen. Het klooster maakte plaats voor een boerenhofstede; alleen de naam van deze hoeve en die van den Kloosterweg houden nog steeds de herinnering levend aan het oude klooster van Bethlehem-bij-de-duinen-in-Schouwen

(1) Meer over Piet Meertens vind je hier in de Digitale bibliotheek voor de Nederlandse letteren (DBNL).

(2) Voor meer achtergrond over 'Ons Zeeland', zie: Jan van Damme, Ons Zeeland, [http://zeelandboeken.pzc.wegenerwordpress.nl/tijdschriften/], 7 januari 2012.

(3) Deze tekst is digitaal beschikbaar gesteld op: www.zeelandboek.nl

  • Google+
  • Pinterest
  • Pocket